Bonaire

In het dal van de dag

Het bruine stof
   schuurt
      in mijn neus,
geslepen licht
   steekt mij
      de ogen uit,
het vogelzwijgen
   boort zich
      in mijn oren,
trillende warmte
   dringt 
      onder mijn huid, 
de hitte
   gaat mij
      zelfs in kouwe kleren zitten.

Vorig jaar om deze tijd was ik ook op Bonaire en riep toen in het gedicht Middaguur het beeld op van een verlaten stofweg, stovend in de zon, waarover een oude pick-up truck voorbij rijdt. Een leguaan ziet het lui en verbaasd aan, want niemand waagt zich buiten op dit uur, het dal van de dag. Maar soms moet het en dan worden de zintuigen stuk voor stuk op de proef gesteld en dringt de hitte verlammend tot in je botten door. Tót de middag kantelt. Dan komt alles weer tot leven.

Passie - bloem

De jonge passiebloem
bij dageraad geboren
vlamt
in vroege zon
verlangt
want deze dag
gebeurt het
zal het
zaad van de liefde
in haar schoot ontbranden
haar vrucht ligt
in beginsel klaar
en zij
zal bij de eerste schemer
zelf vergaan, haar schoonheid
alles weggegeven
geeft tot slot - voldaan
het leven.

Brandende liefde, waar is dat meer te verwachten dan bij de Passiebloem? Jonge bloemen begroeten de dag, onwetend van het onontkoombare: dat zij die avond nog zullen sterven. Ze zijn opgewonden, kleurig en kunstig opgetuigd - voor de liefde en niets anders. En die zal ze verteren. Maar dan is de passievrucht al begonnen met groeien en trekt zo de doorgaande lijn van het leven verder door de tijd.

Kwikzilverige kolibrie

Schichtig
vogelschim
van vederlichtig
blinken, stil
schiet hij opzij
en stil weer, dan
omhoog, omlaag
metaalgroen flitsen bij
de bloemenhaag
is rust noch duur
of toch
zit hij daar
toegevouwen
na het razen
zo beschut
wat uit te blazen?
Nee, 't is niets!
schrikt hij, en blaast
met lange snuit
mijn onverbloemde
blikken uit.

Onvermoeibaar lijkt hij, de kolibrie: de zwarte, rood en geel oplichtende Dòrnasol en vooral de nóg kleinere, metaalgroen blinkende Blenchi. In een aanhoudende topprestatie hangen ze stil in de lucht voor een bloem, schieten naar een volgende, om daar meteen weer - met onzichtbaar snel bewegende vleugeltjes - stil te hangen. En zo maar door. Zouden ze echt nooit rust nemen? Een enkele keer zie je er - bij verrassing - eentje op een verscholen takje zitten. Maar zodra je hem ziet, schiet hij weg. Alsof zelfs éventjes zitten door de kolibrie zelf al te lang wordt gevonden...

Blijven komen en blijven vergaan

Ze spatten op de rotsen
tot schuim, aanrollende dromen
vergaan, ze verstrijken
ze wijken en komen
opnieuw en steeds weer
slaan ze stuk, overstromen
het puin van koralen
de golven van hoop
verstuiven in het zicht
van gestrande idealen.

Het is een prachtig gezicht: hoe aan de even winderige als rotsige oostkust van Bonaire de aanrollende golven in schuimwaaiers uit elkaar spatten. En dat ze toch blijven komen, telkens stukslaand op oude koraalrots en op puindijken van rondgeslepen en aangespoelde stukken koraal. Elke golf veelbelovend, een nieuwe kans om het eiland van zijn dromen te veroveren. Steeds tevergeefs. Het gaat maar door en er verandert niets. 
Mooi om te zien, ja, maar je wordt er ook een tikje melancholiek van ...

Pagina's

Abonneren op RSS - Bonaire

Home button