Woordenkind

Het komt
door een kier in het donker
en waakt met mij
fluistert de echo's
van ongehoorde zinnen
woorden, onbeteugeld
slaapt dan in
op losse flarden, ongedicht
verdwijnt het,
vleermuisvleugels
vluchten voor het licht
tot op een nacht
het onverwacht
mijn bed weer vindt
dat ongezeglijke
woordenkind.

Als het waken nog niet helemaal wil wijken voor de vergetelheid van de nacht, op de rand van de slaap als de gedachtenspiralen wijd uitwaaieren, dan komt het: mijn woordenkind. In dat donkere niemandsland laat het woorden voorbij trekken, steeds opnieuw, steeds dezelfde, klinken er zinnen die zich vasthaken: de eerste regels van een onbekend gedicht. Het valt tegelijk met mij in slaap en de volgende morgen is het verdwenen. Maar een paar woorden zijn er nog, want het laat altijd een klein geschenk achter, mijn woordenkind.

Home button