zomer

Grote Beer

De zon gloeit onbewogen
kleurt de velden rood
van zuring
fel oplichtend
groen en geel
vlak na het maaien
dijken rusten
met schapen bespikkeld.

Lome koeien
herkauwen het voorjaar
een buizerd drijft
op trillende lucht,
de mais staat recht
in hoge strepen
trotse rijen
bloeit de aardappel
wit en lila,
greppels bloesemen
bramen
tot avond komt.

Schemering spant de ruimte
trekt verborgen leven aan
kust fluistervleugels
brengt de dag tot staan en
zwijgend zet de Grote Beer
zijn stippen in de nacht
het donker daalt rondom mij neer
slaap zomerdag, slaap zacht.

Uit 'Het vijfde seizoen', 2007

Als de tijd rust

Als de tijd rust
in het dal van
lome dagen tussen
groeien en verval,
als luie bloemen
langs het pad
zich laten strelen
door gezoem
gefluisterd ruisen
van het blad,
als pluizen
onbekommerd zweven
wolken zich
gewillig geven
aan uitnodigend blauw,
ontspan ik, eindelijk
ga ik open
en bemin ik jou.

Nee, zo is het niet elke dag van de zomer. Je herkent ze meteen, daar hoef je niet voor op de kalender te kijken: de lome dagen die niet uit gewone uren bestaan. Er hangt liefde in de lauwwarme lucht, er mag worden gezweefd. Onbekommerd, als gewichtloze pluizen.

Abonneren op RSS - zomer

Home button