zomer

Als de tijd rust

Als de tijd rust
in het dal van
lome dagen tussen
groeien en verval,
als luie bloemen
langs het pad
zich laten strelen
door gezoem
gefluisterd ruisen
van het blad,
als pluizen
onbekommerd zweven
wolken zich
gewillig geven
aan uitnodigend blauw,
ontspan ik, eindelijk
ga ik open
en bemin ik jou.

Nee, zo is het niet elke dag van de zomer. Je herkent ze meteen, daar hoef je niet voor op de kalender te kijken: de lome dagen die niet uit gewone uren bestaan. Er hangt liefde in de lauwwarme lucht, er mag worden gezweefd. Onbekommerd, als gewichtloze pluizen.

Grote beer

 

De zon gloeit onbewogen
kleurt de velden rood
van zuring
fel oplichtend
groen en geel vlak
na het maaien,
de dijk
ligt te rusten
met schapen bespikkeld.

Lome koeien
herkauwen het voorjaar
een buizerd drijft
op trillende lucht
de maïs staat recht
in hoge strepen
trotse rijen
aardappel
wit en lila,
de greppel
bloesemt bramen
tot de avond komt.

De schemering bespant de ruimte
zuigt verborgen leven aan
bemint de fluisterende vleugels
brengt de dag tot staan
en zwijgend zet de Grote Beer
zijn stippen in de nacht
het donker daalt rondom mij neer
slaap zomerdag, slaap zacht.

Als het eenmaal zover is, kun je het niet zien zonder het meteen ook te ruiken, de lauwe lucht te voelen, de stilte te horen: het zomerse land dat uitnodigt tot wandelen, fietsen en stil blijven staan. Ook in gedachten. De avonden komen langzaam, sluiten zich rond de warmte van de dag, blauwverkleurt ongemerkt naar zwart. En al voor het zover is, pinkelen de eerste sterren. Recht omhoog luidt de Grote Beer de zomernacht in.

Abonneren op RSS - zomer

Home button