Flamboyante gaai

Goed gebekt, sterk gebekt ook, pientere ogen en gaaitje de voorste: de Vlaamse gaai. Een mooie jongen vol jongensachtige bravoure, ook de identieke meisjes! Een bont buitenbeentje van de kraaienfamilie. Want ook om te zien is hij, tussen al het zwart van zwarte kraai, bonte kraai, kauw, roek en raaf, en het koele zwart-wit van de ekster, niet minder dan flamboyant met zijn zalmroze lijf en witte, zwarte en metaalblauwe accenten. Vandaar de 'Vlaamse' gaai? Niemand weet het. Vogelkenners houden het op 'gaai'. Te saai, zo'n gaai zonder meer. 
Dat Vlaamse geeft juist het exotische vleugje dat hij verdient, Vlaamse gaai dus.

De Vlaamse gaai is een bosbewoner die ook wel in de buurt van mensen wil wonen, als de bomen maar groot en oud genoeg zijn. Dan treedt hij in de voetsporen van de ekster die zich daar al eerder vestigde. Hij durft veel, de gaai, en eet alles wat hem voor de snavel komt: ook dat heeft hij met mensen gemeen. Insecten gaan er vlot in, slakken, eikels, noten en vruchten. Maar ook eieren en jonge vogeltjes versmaadt hij niet als het seizoen dat biedt. Met zijn sterke snavel kan hij alles aan. Dus ook de pinda's in de dop - die waarschijnlijk niet voor hem bedoeld zijn - vormen een gemakkelijke en gewilde prooi. Dan hangt hij behendig aan het gevulde net, als een volleerde papegaai (foto 2).

Voor zijn overwintering is de Vlaamse gaai afhankelijk van de eik, van eikels om precies te zijn. En de eik is op zijn beurt geheel afhankelijk van de gaai voor de verspreiding van de eikels die allemaal dicht bij de stam vallen, te dicht, en daar moeilijk kiemen en al helemaal niet tot boom willen uitgroeien. Een heuse symbiose. De Vlaamse gaai haalt de eikels onder de boom vandaan begraaft ze elders als wintervoorraad. Wel zo'n 8000 stuks! De meeste vindt hij feilloos weer terug als de tijd gekomen is, maar de enkele die hij vergeet groeien uit tot nieuwe eikenbomen. Hij wordt daarom ook wel de bosbouwer van Nederland genoemd.

Een opvallende verschijning, de Vlaamse gaai. En als je hem niet ziét, hóór je hem wel. En anders zijn er altijd nog zijn blauw-zwart gestreepte vleugelveertjes op de hoedjes van jagers en boswachters.

Tags: