Restanten prehistorie (1)

De prehistorie is niet voorbij, niet helemaal, steekt rimpelige vingers uit tot in het vertrouwde heden. Niet alleen met fossielen en aardlagen, ook met levende telgen uit oeroude geslachten. Paardestaarten bijvoorbeeld. Honderden miljoenen jaren geleden domineerden ze de aarde, deze aan varens verwante familie-van-reuzen. Zaadplanten, ook de bomen, moesten nog ontstaan. Het zijn de kleinste paardestaarten die de turbulente aardgeschiedenis hebben overleefd, vooral de heermoes: de gewoonste, alomtegenwoordige (foto's 1,2 en 3).

In het Carboon (370-300 miljoen jaar vC) vierden de paardenstaarten hoogtij, de tijd dat de aarde bedekt was met moerassen en de temperaturen hoog waren. Een periode waarin de plantenresten zich opstapelden om onze steenkoolvoorraad te vormen, een voorraad die dus voor een groot deel uit paardestaarten bestaat: destijds tientallen meters hoog, maar overigens sterk gelijkend op de bescheiden heermoes in onze 21e eeuwse bermen.
Ook later - voor ons nog steeds heel erg vroeger - speelden de paardestaarten een rol van betekenis, met name in het Krijt, de tijd van de dinosauriërs (145-65 miljoen jaar vC). Samen met onder meer de opkomende Magnolia, vormden zij - zo wordt aangenomen - de belangrijkste voedselbron voor de grote, veelal vegetarische dino's.

Maar dat was vroeger. Nú zijn alleen nog de bescheiden paardenstaartjes over. Met de heermoes als gezegd als de bekendste, taaiste en meest voorkomende vertegenwoordiger. Deze bewoner van bermen en ruigtes, begeleider van paden en soms ook bedreiger van perk en tuin, heeft tot 3 meter diepe wortelstokken waaruit in het voorjaar als eerste vaalbruine vingers groeien. Dat is de voortplantingsvorm van de heermoes, met bovenin de sporen (foto's 1 en 2). Soms staan er zoveel bij elkaar dat het - net als vroeger - een bos lijkt. Maar daarvoor moet je wel op je buik gaan liggen (foto 3).
Een paar weken later - het zal niet lang meer duren - komt een tweede soort uitlopers naar de oppervlakte. Eenmaal boven groeien die uit tot groene pluimen, de geslachtsloze paardestaarten die de wortelstokken van nieuwe energie moeten voorzien. Daarover later meer, in 'Restanten prehistorie (2)'

 

Tags: