Bonaire

Kwikzilverige kolibrie

Schichtig
vogelschim
van vederlichtig
blinken, stil
schiet hij opzij
en stil weer, dan
omhoog, omlaag
metaalgroen flitsen bij
de bloemenhaag
is rust noch duur
of toch
zit hij daar
toegevouwen
na het razen
zo beschut
wat uit te blazen?
Nee, 't is niets!
schrikt hij, en blaast
met lange snuit
mijn onverbloemde
blikken uit.

Onvermoeibaar lijkt hij, de kolibrie: de zwarte, rood en geel oplichtende Dòrnasol en vooral de nóg kleinere, metaalgroen blinkende Blenchi. In een aanhoudende topprestatie hangen ze stil in de lucht voor een bloem, schieten naar een volgende, om daar meteen weer - met onzichtbaar snel bewegende vleugeltjes - stil te hangen. En zo maar door. Zouden ze echt nooit rust nemen? Een enkele keer zie je er - bij verrassing - eentje op een verscholen takje zitten. Maar zodra je hem ziet, schiet hij weg. Alsof zelfs éventjes zitten door de kolibrie zelf al te lang wordt gevonden...

Blijven komen en blijven vergaan

Ze spatten op de rotsen
tot schuim, aanrollende dromen
vergaan, ze verstrijken
ze wijken en komen
opnieuw en steeds weer
slaan ze stuk, overstromen
het puin van koralen
de golven van hoop
verstuiven in het zicht
van gestrande idealen.

Het is een prachtig gezicht: hoe aan de even winderige als rotsige oostkust van Bonaire de aanrollende golven in schuimwaaiers uit elkaar spatten. En dat ze toch blijven komen, telkens stukslaand op oude koraalrots en op puindijken van rondgeslepen en aangespoelde stukken koraal. Elke golf veelbelovend, een nieuwe kans om het eiland van zijn dromen te veroveren. Steeds tevergeefs. Het gaat maar door en er verandert niets. 
Mooi om te zien, ja, maar je wordt er ook een tikje melancholiek van ...

Pagina's

Abonneren op RSS - Bonaire

Home button